De ‘alternatieve gerechtelijke maatregelen en straffen’ (AGMS) staan voor vormen van dienstverlening en voor allerlei welzijnsgerichte en herstelgerichte werk- en begeleidingsvormen, die justitie als erkende, wenselijke en noodzakelijke partner (blijven) hebben. Om de alternatieve afhandelingvormen te doen slagen is de medewerking van zowel de magistratuur, de advocatuur als de welzijnssector een noodzakelijke voorwaarde. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een alternatieve maatregel en een alternatieve straf.
Vanuit justitie bekeken zijn de AGMS vormen van herstel- en/of preventief gerichte benadering die toegepast worden in de fase van de straftoemeting als alternatief voor de vrijheidsberoving (en de geldboete). Door het inschakelen van deze werkvormen beoogt justitie naast reïntegratie en resocialisatie een secundair preventief effect: vermindering van criminaliteit. Vanuit een welzijnsgericht perspectief biedt het meewerken aan alternatieve vormen van straffen de mogelijkheid om aan een toekomstperspectief en aan (re)integratie te werken. Zware vormen van criminaliteit halen vaak de media en vormen het spontane misdaadbeeld bij het grote publiek. Maar dé criminaliteit valt niet samen met zware vormen van misdaad. In de gevangenis zijn de meest kwetsbare kansarme groepen nog steeds oververtegenwoordigd. Opsluiting brengt vaak een nieuwe spiraal van achterstelling en stigmatisering op gang. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het effect van vrijheidsberovingen op de omvang van criminaliteit beperkt is. Het mogelijk afschrikeffect blijkt zéér relatief. Vaak werkt het averechts. De schade van de detentie blijkt groter dan de baten, waar noch de samenleving, noch het slachtoffer of de dader bij gebaat is. Hoewel vrijheidsberoving in bepaalde gevallen te verkiezen of zelfs noodzakelijk kan zijn, vinden we het belangrijk om mee te zoeken naar meer constructieve alternatieven voor de vrijheidsberoving.