communitysoft|Producten|Thema's|Nieuwe pagina (naam opgeven)
Socio-vitaal minimum

 Een actualisering van bedragen van het ‘socio-vitaal mi-nimum’ volgens de ‘60%-armoedenorm’ van de EU

Het socio-vitaal minimum voorbij
Het sectorprotocol 2003-2008 voor de autonome CAW’s bepaalt onder de hoofding “Financië-le bijdrage van de cliënt/hulpvrager” (par. 4.3, punt 4) dat “In geval van financieel onver-mogen van de cliënt - met name indien de cliënt niet beschikt over het algemeen aanvaarde “socio-vitaal minimum” zoals omschreven door het Centrum Sociaal Beleid te Antwerpen - mag het centrum geen financiële bijdrage vragen voor begeleiding van welke vorm dan ook en/of begeleiding weigeren aan cliënten die niet in staat zijn om de gevraagde bijdrage te betalen.” Het ‘socio-vitaal minimum’ van het Centrum Sociaal Beleid (Universiteit Antwerpen) was inderdaad de algemeen aanvaarde norm in de jaren 1980 en 1990. In de voorbije pak-weg 15 jaar is er echter heel wat veranderd op vlak van armoedemeting. Anno 2005 kan men niet meer verwijzen naar de vroegere CSB-normen. Er dringt zich een actualisering op volgens de ontwikkelingen die zich ook hebben voorgedaan in de meting van armoede en die gaandeweg zijn aangestuurd door de Europese Unie.

Van “socio-vitaal minimum” naar “EU-armoedenorm”

I.
Het socio-vitaal minimum van het Centrum voor Sociaal Beleid ‘Herman Deleeck’ (UA).
Het sectorprotocol voor de autonome CAW’s verwijst naar het socio-vitaal minimum zoals berekend door het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen. Het aldus berekende socio-vitaal minimum bedroeg 50% van het gemiddeld beschikbare inkomen, rekening houdend met het huishoudtype (gezinssamenstelling). De berekening van het be-schikbare inkomen berustte op regelmatige enquêtes bij een eigen panel van huishoudens dat opgevolgd werd door het CSB. De bevraging van dit (intussen sterk afgeslankte) panel werd stopgezet in 1999, waardoor er na dat jaar geen echt actuele en betrouwbare cijfers m.b.t. het socio-vitaal minimum (volgens die berekeningswijze) meer beschikbaar zijn. Het louter indexeren van de bedragen volstaat niet, omdat dit geen rekening houdt met de evo-lutie van de gezinsinkomens, noch met wijzigingen in de besteding van de huishoudens. Van 1991 tot 2001 bood de Panel Studie van Belgische Huishoudens (PSBH) een alternatieve basis.

II. Van de Panelstudie van Belgische Huishoudens naar het European Community Household Panel.
Intussen werden er in het kader van de Europese programma’s voor armoedebestrijding Europese armoedenormen ontwikkeld door Eurostat (ECHP, later EU-SILC). De Panel Studie van Belgische Huishoudens (PSBH) werd als basis genomen voor de berekening. De laatste ECHP-cijfers o.b.v. de PSBH dateren van 2001. De PSBH werd in 2002 stopgezet en nadat een geleidelijke integratie in de Europese ECHP.

III. De Survey on Income and Living Conditions van de Europese Unie.
Tegenwoordig wordt het armoedepercentage in België, net als in andere EU-lidstaten, bere-kend op basis van de nieuwe EU SILC (Survey on Income and Living Conditions). De meting en berekening gebeurt voor ieder Europees land. In 2003 werd voor België door het NIS een eerste (piloot-)steekproef uitgevoerd bij 6.000 huishoudens, die vanaf 2004 het vroegere ECHP in alle Europese lidstaten vervangt. Momenteel wordt een tweede enquête over 2004 verwerkt.
De Europese 60%-norm uit de EU-SILC is inmiddels algemeen aanvaard ter bepaling van de armoederisicodrempels. Zowel in beleidsdocumenten (armoedeplannen) als in wetenschap-pelijke surveys hanteert men deze norm. Op basis van deze norm weten we dat er 15,2% armen zijn in België en 11,8% in Vlaanderen.

De actuele grensbedragen volgens de 60%-norm van de EU-SILC.
I.
Het mediaan gestandaardiseerd beschikbaar inkomen.
Het mediaan gestandaardiseerd(of equivalent) beschikbaar inkomen vormt de basis voor de berekening. Op basis van een representatieve steekproef wordt een gestandaardiseerd be-schikbaar inkomen berekend. Het armoederisico wordt gelegd op 60% (tot voor enkele jaren 50%) van het mediaan beschikbaar inkomen.
De basis voor het berekenen van deze grenzen is het beschikbaar inkomen van een alleen-staand gezinshoofd zonder kinderen ook wel ‘referentiepersoon’ genoemd. De grenzen wor-den dan aangepast aan het huishoudtype of ‘gestandaardiseerd’. Dit wil zeggen dat ze op maat van het huishouden worden aangepast op basis van equivalentieschalen. Het bedrag van bv. twee samenwonenden is immers niet hetzelfde als dat van twee alleenstaanden, omdat de eersten een aantal kosten kunnen delen.
Om de equivalenten voor andere huishoudtypes te bepalen, vermenigvuldigt men het bedrag voor de referentiepersoon (een alleenstaande dus) met een factor 0,5 voor elke bijkomende inwonende volwassene of voor ieder inwonend kind ouder dan 14 jaar en een factor 0,3 voor ieder afhankelijk kind(eren) tot 14 jaar.
Het bedrag voor de referentiepersoon bedroeg 773 euro per maand volgens de enquête van 2003. Na indexering tot medio 2005 wordt dit 811 euro per maand. Tabel 1 geeft dit refe-rentiebedrag, de wegingsfactoren en de overeenkomstige bedragen ter berekening van de armoedegrens volgens de samenstelling van het huishouden. Dit wordt voor de CAW’s toe-gepast op de cliënt (indien alleenstaand) of het cliëntsysteem (voor de hem of haar vergezel-lende gezinsleden).

Tabel 1 – Referentiebedrag, weging naar gezinssamenstelling en grensbedragen voor het armoederisico (per maand en per jaar, extrapollatie van EU-SILC 2003 naar 2005)
Referentiebedrag en weging, per maand en per jaar in euro, 2005

Juni 2005 

Wegingsfactor

Per jaar

Per maand

Referentiepersoon 

1,0

9.727

811

Kind tot 14 jaar

0,3

 2.918

 243

Kind ouder dan 14 jaar

0,5

 4.863

405

Bijkomende volwassene

0,5

  4.863

405

Bron: Berekeningen Steunpunt Algemeen Welzijnswerk op basis van de EU-SILC enquête 2003, het NIS, Centrum Sociaal Beleid (UA) en het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting van OASeS (UA).

II. Wat wordt verstaan onder het netto beschikbaar inkomen?
Ter vergelijking met het bedrag van het armoederisico nemen we het maandelijks netto in-komen van de cliënt of van het cliëntsysteem verkregen uit arbeid, vermogen, sociale zeker-heid of sociale bijstand en eventueel te verhogen met ontvangen kinderbijslagen, alimentatie of onderhoudsgelden of te verminderen met effectieve overdrachten ingevolge een gerechte-lijke maatregel (alimentatie, onderhoudsgelden, beslag) of erkende schuldbemiddeling.
Bij de toepassing van deze omschrijving in de praktijk van het CAW kan enige soepelheid geboden zijn. CAW’s voeren geen onderzoek naar de bestaansmiddelen van de cliënt. Het CAW beslist autonoom hoe een zicht op het netto beschikbaar inkomen wordt verkregen. Hierbij zullen allicht agogische principes in acht genomen worden en het kan niet de bedoe-ling zijn dat de cliënt bij het stellen van een hulpvraag zijn inkomen moet kunnen aantonen met documenten.

Tabel 2 – Grensbedragen voor het armoederisico voor een aantal gezinssamenstellingen
ALLEENWONENDE met: Per jaar Per maand
Aantal kinderen jonger dan 14 jaar Aantal kinderen ouder dan 14 jaar    

0

0

9.727

811

1

0

12.645

1.054

2

0

15.563

1.297

0

1

14.590

1.216

1

17.508

1.459

2

1

20.426

1.702

0

2

19.453

1.621

1

2

22.371

1.864

2

2

25.289

2.107

3

0

18.481

1.540

0

3

24.317

2.026

2 SAMENWONENDEN met:

Per jaar  Per maand
Aantal kinderen jonger dan 14 jaar Aantal kinderen ouder dan 14 jaar    

0

0

14.590

1.216

1

0

17.508

1.459

2

0

20.426

1.702

0

1

19.453

1.621

1

1

22.371

1.864

2

1

25.289

2.107

0

2

24.317

2.026

1

2

27.235

2.270

2

2

30.153

2.513

3

0

23.344

1.945

0

3

29.180

2.432

meerdere samenwonende volwassenen Per jaar Per maand
3 Samenwonende volwassenen  

19.453

1.621

4 Samenwonende volwassenen  

24.317

2.026

Bronnen: Berekeningen Steunpunt Algemeen Welzijnswerk op basis van de EU-SILC enquête 2003, het NIS, Centrum Sociaal Beleid Herman Deleeck (UA) en het Jaarboek Armoede en Sociale Uitslui-ting van OASeS (UA). – zie ook: www.armoede.be

Gerard Van Menxel
03/ 366.49. 05
gerard.vanmenxel@steunpunt.be

STEUNPUNT ALGEMEEN WELZIJNSWERK vzw - Diksmuidelaan 36a - 2600 Berchem - Tel.: 03 366 15 40 - Fax: 03 385 57 05 - post@steunpunt.be
Alle rechten voorbehouden - DISCLAIMER - Technische realisatie: HolonCom - Ontwerp: Crozz Communication