|
In uitvoering van het vorige Vlaams regeerakkoord , waarin een verruiming van het begeleid wonen en de woonbegeleiding ingeschreven stond, stelde de vorige minister voor welzijn de autonome CAW’s van zes regio’s extra middelen ter beschikking.
De huidige minister voor welzijn erkende een zevende regio, nl. Limburg, die deels werd ondersteund met een niet gereglementeerde toelage, deels met middelen van de provincie Limburg.
Deze middelen dienden voor een verbetering van het beleid t.a.v. thuislozen. Eén van de belangrijke klachten van de thuislozenzorg is immers dat de opvangcentra dichtgeslibd zijn bij gebrek aan doorstromingsmogelijkheden. Thuislozen die zelfstandig kunnen wonen ervaren veel moeilijkheden om een betaalbare en degelijke woonst te vinden. Thuislozen die onvoldoende vaardigheden hebben om dit te kunnen, ondervinden een tekort aan plaatsen in het begeleid wonen. Beide factoren leiden ertoe dat thuislozen soms langer dan wenselijk dienen te verblijven in opvangcentra, waardoor deze nieuwe opnameaanvragen niet kunnen inwilligen.
In het verleden trachtte de thuislozenzorg haar moeilijkheden op te lossen door zelf binnen de eigen sector initiatieven uit te bouwen. Maar de laatste jaren groeit meer en meer het besef dat het bestrijden van thuisloosheid een gedeelde zorg dient te zijn van meerdere sectoren. In dit geval drong een samenwerking met huisvestingsactoren zich op.
Het feit dat de thuislozenzorg vroeger zijn eigen problemen trachtte op te lossen heeft echter als gevolg dat die problemen ook minder gekend zijn in de buitenwereld en bij andere sectoren. Uitingen hiervan zijn beeldvormingproblemen over thuislozen en gebrek aan samenwerking op aspecten waar er wellicht wel voor beide partijen voldoende winst te rapen valt.
Anderzijds worden huisvestingsactoren meer en meer geconfronteerd met kwesties waar de welzijnssector misschien beter raad mee weet . De uithuiszetting van problematische huurders bijvoorbeeld kan veel geld kosten , en kan men mits een juiste begeleiding beter trachten te voorkomen. Uit de evaluatie blijkt dit in 80 % van de gevallen ook te lukken.
Vanuit voorgaande probleemstelling werden de extra middelen niet onvoorwaardelijke aan de CAW’s toegewezen.
Zij dienden daarmee volgende doelstellingen te realiseren :
- het uitbouwen van een samenwerkingsmodel met huisvestingsactoren en lokale besturen
- via woonbegeleiding uithuiszettingen van sociale huurders voorkomen
- huren buiten het sociaal huurstelsel uitbouwen
- de instroom van het begeleid wonen beter richten op vragen vanuit opvangcentra
Het evaluatierapport beschrijft en bespreekt de wijze waarop in het jaar 2004 bovenstaande doelstellingen werden gerealiseerd. Daartoe werden cliëntgegevens verzameld, netwerkanalyses uitgevoerd, methodiekontwikkelingen geïnventariseerd en knelpunten en signalen gebundeld. Waar relevant maken we ook een vergelijking op met het jaar 2003.
Het volledige rapport kan gedownload worden
|