Het ontstaan van Slachtofferhulp in Vlaanderen is een vrij recent gegeven. Pas in de jaren tachtig is er in België meer aandacht gekomen voor slachtoffers. In het verlengde hiervan werden in 1986 de “Centra voor Hulp aan Slachtoffers van misdrijven” erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse Overheid. Hun opdracht werd omschreven als “materiële, morele en psychosociale hulpverlening aan personen die het slachtoffer werden van een misdrijf, en hun naastbestaanden.” Verder moesten zij aandacht hebben voor een totaal zorgaanbod voor slachtoffers in functie van continuïteit, effectiviteit en efficiëntie en daartoe samenwerken met politiële en justitiële diensten en andere hulpverleningsdiensten.
De basis werd gelegd voor een geïntegreerde welzijnsgerichte benadering van de problemen inzake criminaliteit en onveiligheid bij slachtoffers.
Met het decreet op het Algemeen Welzijnswerk van 1997 werd Slachtofferhulp dan een afdeling van de autonome Centra Algemeen Welzijnswerk. Sindsdien is er in elk gerechtelijk arrondissement een dienst Slachtofferhulp actief.
Vandaag zien wij een positieve evolutie in het slachtofferschap; slachtoffers komen actiever op voor hun belangen, voor hun rechten in het strafproces, voor preventie van slachtofferschap. Zij verenigen zich in allerhande groeperingen (ouders van verongelukte/vermoorde kinderen, slachtoffers van stalking), zij formuleren verwachtingen en eisen, zij zoeken naar een publiek en politiek draagvlak, ... Slachtoffers zijn mondiger geworden; zij verheffen vaker hun stem dan vroeger en laten meer van zich horen.
Geleidelijk aan ontstaat er in de samenleving dan ook meer aandacht voor slachtoffers. Zowel nationaal als internationaal worden er verscheidene maatregelen genomen, die gericht zijn op: