Enkele ‘harde’ cijfers
De dramatische cijfers over verkeersongevallen hebben België de voorbije decennia gedwongen aandacht te besteden aan deze problematiek. Er werd zowel door de overheid als door private initiatieven geïnvesteerd in een veiligere mobiliteit en het terugdringen van de ongevallencijfers. Dit met een zeker resultaat. Het aantal gewonde en gedode slachtoffers daalde tussen 1970 en 2006 met ca. 40%. De investeringen op het vlak van preventie en verkeersveiligheid lonen. Er is echter weinig reden tot juichen! De dalende trend zet zich niet meer verder en de aantallen blijven veel te hoog.
In 2006 werden in België 1069 mensen gedood in het verkeer, raakten 7.027 mensen ernstig gewond, en waren er 58.270 licht gewonden. Er vielen 66.366 slachtoffers in 49.171 ongevallen. In het Vlaamse gewest verloren vorig jaar 540 burgers het leven in een verkeersongeval, waarvan 85 jonger dan 20 jaar waren. 4.616 burgers raakten ernstig gewond en 37.258 burgers raakten licht gewond.
Geconfronteerd worden met een verkeersongeval raakt niet alleen de rechtstreekse betrokkenen bij het ongeval, maar ook de directe omgeving: gezin, familie, vrienden, collega’s, klasgenoten, …. Ook zij zijn slachtoffer en worden gedwongen om minstens tijdelijk, maar vaak voor lange tijd of definitief hun leven aan te passen. Het leed zowel bij de slachtoffers die niet aansprakelijk zijn als deze die dit wel zijn en hun omgeving is vaak zeer groot. Slachtoffers en veroorzakers van een verkeersongeval bevinden zich op een breed continuüm, gaande van het slachtoffer dat zichzelf doodt of ernstig verwondt in het verkeer zonder andere betrokkenen, tot de veroorzaker die door onverantwoordelijk gedrag (rijden onder invloed, te snel rijden, …) een ander en zichzelf ernstig leed toebrengt. De omstandigheden van het merendeel van de ongevallen situeren zich niet op deze uitersten.
Slachtofferhulp en verkeersslachtoffers
Niet alle verkeersslachtoffers hebben nood aan professionele hulp. Over het algemeen vinden slachtoffers en hun na(ast)bestaanden de nodige steun en hulp in hun eigen omgeving. Naarmate het slachtofferschap gepaard gaat met een complexe juridische context, praktische afhandeling en ernstige en/of blijvende gevolgen, kan een ambulante ondersteuning zinvol zijn. De doelgroep waartoe Slachtofferhulp zich aanvankelijk richtte zijn de slachtoffers en na(ast)bestaanden van misdrijven. Vanuit haar dagdagelijkse praktijk stelde Slachtofferhulp echter vast dat bij dodelijke verkeersongevallen kort na de feiten vaak niet duidelijk is of het om een misdrijf gaat. Te meer omdat de resultaten van een deskundigenonderzoek vaak maanden op zich laat wachten. De nabestaanden worden wel, net als slachtoffers van misdrijven, geconfronteerd met een justitiële context, met praktische noden en met een verwerkingsproces.
Bijkomend worden nabestaanden van gedode verkeersslachtoffers nog steeds geconfronteerd met een maatschappelijke miskenning. Zo blijkt dat de ouders van een vermoord kind veel meer erkenning krijgen voor hun leed dan ouders van een verongelukt kind. Dit vertaalt zich ook in het justitieel antwoord: een moord komt voor het Hof van Assisen en een verkeersongeval komt voor de politierechtbank, tussen de overtredingen en onbetaalde boetes.
Na een jarenlange onduidelijkheid rond het wel of niet een aanbod creëren voor verkeersslachtoffers hebben de diensten Slachtofferhulp, op eigen initiatief, in 2002 besloten om de nabestaanden van een gedood verkeersslachtoffer tot haar minimumdoelgroep te rekenen. Deze uitbreiding werd in 2004 door de Vlaamse overheid bekrachtigd in het sectorprotocol. Gezien er geen bijkomende middelen konden ingezet worden heeft de uitbreiding van de doelgroep zich beperkt tot de nabestaanden van gedode verkeersslachtoffers en hebben we tot op heden geen aanbod kunnen formuleren voor gewonde slachtoffers en hun naastbestaanden.
Vlaamse Staten Generaal voor het verkeersslachtoffer en hun na(ast)bestaanden
De maatschappelijke en politieke aandacht voor verkeersveiligheid is de laatste jaren positief geëvolueerd. Er werden allerlei preventieve acties ondernomen en uit de cijfers blijkt met resultaat. Het aantal gewonde en gedode slachtoffers is de voorbije 10 jaar drastisch afgenomen.
Zo engageert de Vlaamse regering zich in het regeerakkoord 2004 tot ‘het ondersteunen van initiatieven die zich richten op een betere opvang en begeleiding van jonge verkeersslachtoffers’ en het ‘bieden van een zorgzame, integrale en efficiënte ondersteuning van elk verkeersslachtoffer in Vlaanderen’.
Dit is een aanzet om werk te maken van een integraal beleid waarin de psychosociale nazorg van slachtoffers een plaats krijgt. In deze context stelde de vereniging ‘Ouders van een verongelukte kinderen’ (O.V.K. vzw) de vraag naar de oprichting van een ‘Vlaamse Staten Generaal voor het verkeersslachtoffer en hun na(ast)bestaanden’. Dit initiatief werd mee ondersteund door de vzw ZEBRA en het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk afdeling Slachtofferhulp.
| voorstel van resolutie betreffende de nood aan een inclusief beleid ten aanzien van verkeersslachtoffers en familieleden van verkeersslachtoffers | Persbericht kabinet Vlaams Minister Vervotte 'Staten-generaal verkeersslachtoffers' |