Wat is herstel?
Herstel is een proces in het vinden van balans en verbondenheid naar zichzelf, naar de gebeurtenis, naar de dader, naar de omgeving en naar de samenleving. Herstel kan men niet gelijkstellen met ‘terug naar af’. ‘Herstellen’ is iets anders dan ‘repareren’, dan terugbrengen naar de toestand van voor het delict. In deze letterlijke zin zijn de meeste delicten trouwens onherstelbaar. Ze laten immers sporen na, iets in het leven is veranderd. Blindheid hiervoor wordt door slachtoffers vaak ervaren als kwetsend. Herstel is niet steeds te herleiden tot het uitbetalen van de schade. Herstel is vaak meer dan de vergoeding van de geleden schade alleen. In het herstelproces moet wel steeds aandacht besteed worden aan dit materiële en financiële aspect. Wanneer slachtoffers in een misdrijf de behoefte verwoorden aan ‘herstel’, dan komt dit misschien nog het meest neer op de kans van het zich herstellen, zich herpositioneren t.a.v. de feiten en de gevolgen om ze een zinvolle plaats te kunnen geven in de eigen levensgeschiedenis.
“Gebaseerd op: Bemiddeling in de strafrechterlijke context, Leo Van Garse, Panopticon 2004/5, 47-63”
Dader, slachtoffer en samenleving
Nadenken over de betekenis van herstel voor een slachtoffer gaat altijd samen met het nadenken over de betekenis van dit herstel voor de dader en de samenleving. Deze drie perspectieven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Hier zoomen we in op de positie van het slachtoffer en de visie van Slachtofferhulp geven op deze positie.
In een context van een misdrijf is het slachtoffer een volwaardige partij naast de dader en de samenleving en dus veel meer dan ‘een partij waar rekening mee moet/kan gehouden worden’. Er kan geen recht gesproken worden zonder dat de noden en verantwoordelijkheden van deze drie perspectieven worden afgewogen.
Hoe beleeft het slachtoffer ‘herstel’?
Hoe slachtoffers verwerken en welke stappen ze in deze verwerking kunnen zetten is een persoonlijk verhaal. Het slachtoffer is niet verantwoordelijk voor de op hem gepleegde feiten, maar hij/zij is dit wel voor hoe hij/zij met de feiten omgaat en deze een plaats geeft in zijn/haar leven. In de begeleiding van slachtoffers is dit een belangrijk aspect, want het is het moment dat slachtoffers, binnen hun verwerkingsproces, gevoelens van machteloosheid kunnen omzetten in daadkracht.
Zich uitspreken over wat herstellend is voor een slachtoffer is eigenlijk een uitspraak doen over iets dat niet in te schatten is door iemand anders dan het slachtoffer zelf. Namelijk herstellend voor een slachtoffer is dat wat hij/zij als herstellend ervaart. Dit is grotendeels een subjectieve beleving en een individueel proces. Wat wel of niet als herstellend ervaren wordt hangt af van verschillende elkaar beïnvloedende factoren. Zo zal de verontschuldigingen van een dader door het ene slachtoffer als herstellend ervaren worden en door de andere als hervictimiserend.
Slachtoffers mogen niet benaderd worden als hulpeloze wezens. Dit is enerzijds nefast voor het verwerkingsproces van een slachtoffer en getuigt anderzijds van een gebrek aan respect voor de vrijheid en autonomie van het slachtoffer. Gezien dit verwerkingsproces persoonlijk is, is ook het herstel persoonlijk.
Slachtoffers, daders en bemiddeling
Vanuit dit persoonlijk beleven en verwerken is het aanbod van bemiddeling, geïnitieerd vanuit de dader, een moeilijke evenwichtsoefening. De impact van het aanbod kan niet ingeschat worden. Slachtoffers kunnen zich geforceerd voelen om deel te nemen, schuldig voelen wanneer ze niet wensen deel te nemen, enz. De bemiddelaar heeft de taak om het slachtoffer actief te informeren over de mogelijke impact en om het slachtoffer ondersteuning te bieden.
Door slachtoffers te informeren over het bestaan van een bemiddelingsaanbod zouden vragen vanuit het slachtoffer kunnen gestimuleerd worden en draagt men bij tot de zelfredzaamheid van het slachtoffer. Slachtofferhulp kan hiertoe bijdragen. Uit de praktijk blijkt ook dat verhoudingsgewijs heel wat meer bemiddelingsprocessen als geslaagd worden ervaren wanneer het initiatief door het slachtoffer werd genomen. Een ander belangrijk aspect is dat men het ritme en de mogelijkheden van het slachtoffer best kan volgen tijdens het bemiddelingsproces.
‘Fonds voor Financiële Hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders’
Hoewel herstel niet steeds te herleiden is tot het uitbetalen van de schade, moet er in het herstelproces wel steeds aandacht besteed worden aan dit financiële aspect.
Om tegemoet te komen aan slachtoffers die niet vergoed worden omdat de dader onbekend blijkt of insolvabel blijft, werd in 1985 het Fonds voor financiële hulp aan slachtoffers opgericht.
Om beroep te kunnen doen op het Fonds moet het slachtoffer een dossier indienen. Hij kan hiervoor bijstand vragen aan een advocaat of aan een dienst Slachtofferhulp van een Centrum voor Algemeen Welzijnswerk. Het Fonds baseert zich op het subsidiariteitprincipe en hanteert het principe van billijkheid in het toekennen van de hulp. De geboden hulp bestaat uit noodhulp en hoofdhulp.
Het Fonds is georganiseerd in kamers. Deze kamers zijn samengesteld uit een magistraat-voorzitter en twee leden, hetzij een advocaat, hetzij een ambtenaar, hetzij andere personen op basis van hun deskundigheid.
| Meer info |
