Hoe doen we dit?
Het begeleidingsaspect richt zich in alle fasen van de tussenkomst op:
- het ter harte nemen van de belangen en de relationele behoeften van het kind;
- de bewustwording en het delen van de ouderlijke verantwoordelijkheid;
- het sensibiliseren van ouders met betrekking tot het creëren van de nodige ontwikkelingsvoorwaarden voor hun kind
De bezoekruimte doet dit door middel van het organiseren van:
- een intakeprocedure waarbij ouders en kinderen de mogelijkheid krijgen om hun kijk op de problematische omgangsregeling te geven. Aanbod en verwachtingen worden getoetst. De contacten tussen de ouder met het recht op persoonlijk contact (of bezoekouder) en het kind worden met alle betrokkenen zorgvuldig voorbereid. Individuele aandachtspunten worden besproken.
- professionele begeleiding (toezicht en ondersteuning) van de contacten tussen het kind en de ouder met het recht op persoonlijk contact.
- regelmatige gesprekken met alle betrokkenen afzonderlijk waarin contacten worden geëvalueerd en waarin wordt gefocust op de onderliggende oorzaken van de problemen rond de omgangsregeling.
Intakeprocedure en voorbereiding
Ouders (of hun advocaten) worden geacht zelf contact op te nemen met de dienst indien zij naar de bezoekruimte worden verwezen. Na aanmelding van het dossier op de dienst, worden beide ouders afzonderlijk uitgenodigd voor een instapgesprek. De kinderen zijn bij dit gesprek niet aanwezig. Ouders brengen hun kijk op de moeilijk lopende omgangsregeling en de oorzaken hiervan. Hun verhalen zijn voor de bezoekruimte evenwaardig, de medewerker van de bezoekruimte neemt hierin geen standpunt in over wat al dan niet waar of onwaar is. De ouders worden geïnformeerd over de positionering en de werking van de dienst. Hun verwachtingen naar de bezoekruimte en het aanbod dat kan worden geboden, worden aan elkaar getoetst.
Tijdens een tweede gesprek wordt verder ingegaan op vragen van de ouders en op hun moeilijkheden rond het organiseren van de contacten. Het huishoudelijk reglement van de dienst wordt besproken en de bezoeken worden voorbereid. Data, uren en afspraken rond de contacten worden in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd. Pas als beide ouders expliciet hun akkoord hebben gegeven voor de tussenkomst van de bezoekruimte, worden de kinderen uitgenodigd. De beslissing voor het al dan niet opstarten van de begeleiding ligt steeds bij de ouders, niet bij de kinderen.
In het gesprek met de kinderen wordt stilgestaan bij hun beleving van de situatie. Er wordt gepeild naar hun verwachtingen en wensen. Wanneer zij aangeven dat zij niet bij hun papa/vader of mama/moeder op bezoek willen gaan, wordt met hen de betekenis van de weigering verkend. De manier van werken van de bezoekruimte wordt voorgesteld: hiervoor beschikken we over een prentenboekje voor kinderen van 3 tot 10 jaar en een brochure voor jongeren.
De bezoeken worden concreet voorbereid en er wordt met het kind gezocht hoe we hen het best kunnen ondersteunen in het contact met hun ouders.
Contacten ouder-kind
De bezoeken tussen ouder en kind gaan in de regel om de 14 dagen door, tussen grootouders en kleinkind maandelijks.
De eerste drie contacten duren maximum. anderhalf uur en gaan in principe door onder permanente begeleiding in de bezoekruimte. De overdracht van het kind tussen de ouders wordt opgenomen door de begeleider van de bezoekruimte, tenzij vooraf anders wordt overeengekomen met de ouders. Het kind motiveren of stimuleren om naar de bezoekouder te gaan, blijft de verantwoordelijkheid van de verblijfouder. Op die manier hoeven ouders elkaar niet te ontmoeten. In de loop van de begeleiding kan een rechtstreekse overdracht van het kind ‘geoefend’ worden, in aanwezigheid van een medewerker van de bezoekruimte.
In de bezoekruimte is spelmateriaal aanwezig. Ouders kunnen uiteraard ook zelf iets meebrengen. Het initiatief voor het verloop van het bezoek wordt zoveel mogelijk overgelaten aan de ouder en het kind. De taak van de begeleider bestaat er in actief te observeren en indien nodig gerichte tussenkomsten te doen om het contact te ondersteunen en een veilige sfeer te garanderen.
De contacten tussen ouder en kind worden stap voor stap uitgebreid en de begeleiding wordt geleidelijk aan afgebouwd. Indien een zelfstandige omgangsregeling om bepaalde redenen onmogelijk is (bv. in situaties van bewezen seksueel misbruik) wordt met de betrokkenen gezocht naar een alternatief zonder tussenkomst van de bezoekruimte.
Gesprekken met ouders en kinderen
Op geregelde tijdstippen worden de bezoeken, met alle betrokkenen afzonderlijk geëvalueerd. Beleving, ervaringen wat goed liep en wat minder goed wordt besproken en er wordt bekeken hoe we eventueel kunnen bijsturen. Er wordt gewerkt rond dieperliggende patronen die aan de basis liggen van de problemen die zich stellen.
Met de kinderen gebeurt de evaluatie op een speelse manier. De bezoekruimte heeft hiervoor aangepast materiaal.
Op basis van de evaluaties worden nieuwe bezoeken gepland. Het is de bedoeling om na elke evaluatie een stap vooruit te zetten: uitbreiding van de bezoektijd, andere personen die kunnen meekomen naar de bezoekruimte, een deel van de bezoektijd kan buiten de ruimte worden doorgebracht,… Evolutie in de contacten is noodzakelijk om op termijn tot een regeling zonder tussenkomst van de bezoekruimte te komen.
Afsluiten van een dossier
Het dossier wordt afgesloten:
- indien de gestelde doelstelling wordt bereikt: als een zelfstandige regeling loopt, wordt nog 3 tot 6 maanden nazorg voorzien. Ouders kunnen in deze periode occasioneel contact opnemen als zich een probleem zou stellen.
vroegtijdig opschorten kan o.a.:
- indien een ouder op een bepaald moment niet meer wenst mee te werken;
- bij herhaalde overtreding van het huishoudelijk reglement;
Bij gerechtelijke verwijzingen wordt de verwijzer hiervan op de hoogte gebracht. In praktijk is dit meestal de rechtbank.
Rapportage
Enkel binnen het kader van justitiële verwijzingen kunnen de bezoekruimten een verslag opstellen ten behoeve van de justitiële verwijzer. Dit gebeurt op vraag van de verwijzer of cliënt of als de bezoekruimte dit nodig acht. Bij opschorting of stopzetting van de begeleiding wordt altijd gerapporteerd aan de verwijzer. De bezoekruimte dient bij het opmaken van dit verslag rekening te houden met de verplichting tot beroepsgeheim zoals vermeld in artikel 9 van het Decreet van 19 december 1997 betreffende het Algemeen Welzijnswerk (*).
In het verslag worden de volgende punten behandeld:
- de plaats waar de bezoeken doorgingen, de plaats en manier waarop de overdracht gebeurde en het al dan niet begeleid zijn van de bezoeken;
- de data en uren van de gemaakte afspraken; en
- de afwezigheden.
Indien:
- een ouder geen verdere stappen wil of kan zetten in de uitbreiding van de begeleiding;
- de bezoekruimte geen verdere stappen wil zetten, omdat het belang van het kind bedreigd wordt;
- het huishoudelijk reglement of de overeenkomst overtreden werd door een ouder, bevat het verslag eveneens:
- de overtredingen van het huishoudelijk reglement of de overeenkomst, met vermelding van de identiteit van de overtreder.
De weigering, opschorting of stopzetting is het onderwerp van overleg tussen de bezoekruimte en de cliënten en wordt gemotiveerd gemeld aan de justitiële verwijzer. Er wordt niet gerapporteerd over de inhoud van de begeleiding. Indien mogelijk wordt het verslag met de cliënt besproken. Bij vrijwillige begeleidingen kan een verslag opgesteld worden mits instemming van de betrokkenen.
(*) Art. 9. Het algemeen welzijnswerk moet voor iedereen, zonder enige discriminatie, toegankelijk zijn. Eenieder die met de toepassing van dit decreet in contact komt met hulpvragenden dient hun ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging te eerbiedigen en is tot geheimhouding verplicht, overeenkomstig artikel 458 van het strafwetboek.