28 augustus 2006 Bevordering van onderlinge afstemming en integratie bezoekruimten binnen het AWW
 |
De bezoekruimte is een jonge werksoort die vanaf 1 januari 2004 overgenomen is door de Vlaamse gemeenschap. Voordien werden de bezoekruimten betoelaagd door F.O.D. Justitie. Voor twee bezoekruimten die ressorteerden onder een andere sector, werd een overgangsperiode voorzien van een jaar om de overdracht naar een CAW te regelen. Er wordt gehoopt dat ook de minister van Justitie werk wil maken van een samenwerkingsakkoord, waarvan er nu reeds een ontwerp vanuit Welzijn beschikbaar is. Zowel de inhoudelijke ondersteuning als de belangenbehartiging van de bezoekruimten maken deel uit van de globale activiteiten van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en dit onder de noemer ‘werksoortelijk overleg bezoekruimten’. De aandacht gaat naar meer eenvormigheid, cohesie en de positionering en integratie binnen het algemeen welzijnswerk. |
Kernopdracht
De kernopdracht van de bezoekruimten is: cliënten tijdelijk ondersteunen en de nodige begeleiding aanbieden wanneer zich ernstige moeilijkheden of conflicten voordoen bij de verwezenlijking van het recht op persoonlijk contact tussen (groot)ouders/voogd en kinderen . De bezoekruimten zullen voor deze cliënten de toegankelijkheid en de aanspreekbaarheid van het algemeen welzijnswerk en van de bredere maatschappelijke dienstverlening bevorderen en bewaken. Dit betekent dat de BR intern kunnen verwijzen of samenwerken met andere werksoorten binnen de CAW’s en desgevallend met werksoorten van andere sectoren. Hierbij wordt concreet gedacht aan begeleiding bij achterliggende problemen, het aanpakken van individuele of relationele aspecten die het proces van het ouder-kindcontact bemoeilijken. Ingeval van een onderliggende psychische of psychiatrische problematiek, die een passende omgangsregeling in de weg staat, wordt gericht doorverwezen.
De omgangsregeling in de bezoekruimte heeft een tijdelijk karakter. De evolutie wordt regelmatig geëvalueerd. De ondersteuning, motivatie en opvolging van cliënten staat in functie van de omgangsregeling. Dit maakt dat de focus ligt op het aansturen van de verantwoordelijkheid bij de ouders in functie van het effectueren van een zelfstandige omgangsregeling.
Sectorprotocol en samenwerkingsakkoord
In de eerste maanden van 2004 werd o.a. werk gemaakt van een ontwerp van sectorprotocol en een ontwerp van samenwerkingsakkoord. De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen voegde als bijlage bij een besluit van 19 mei 2004 het sectorprotocol toe met betrekking tot de bijkomende taak “begeleiding bij het onderbroken of conflictueuze ouder-kindcontact” . Het vermelde sectorprotocol geldt tot en met 31 december 2008 en kan in functie van een veranderende maatschappelijke realiteit te allen tijde worden aangepast. In het sectorprotocol wordt stil gestaan bij de algemene opdracht, doelstellingen, taken en werkingsprincipe van de bezoekruimten.
Voor de justitiële dossiers engageren F.O.D. Justitie en de Vlaamse Gemeenschap zich tot een partnerschap. De afspraken worden geformaliseerd in een samenwerkingsakkoord. Ingegaan wordt er op de toepassing, de taken, de wijze van verslaggeving t.a.v. Justitie, de opvolging van de justitiabelen en de evaluatie. Het ontwerp van samenwerkingsakkoord moet o.a. nog besproken te worden met de magistratuur.
Eenheid van beleid, organisatie en uitvoering
In het sectorprotocol staat onder artikel 12 bij de werkingsprincipes dat de CAW’s met een bezoekruimten in hun beleidsplan concreet aangeven hoe ze een eenheid van beleid, organisatie en uitvoering gaan operationaliseren. Concreet betekent dit dat de diensten werken met gemeenschappelijke weigerings-, opschortings- en stopzettingscriteria, een gemeenschappelijk huishoudelijk reglement en een uniforme registratie voor de subsidiërende overheid. In de nota van 31/10/2005 (zie verder) t.a.v. mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondsheid en Gezin werden in het kader van een analyse van de wachtlijstenproblematiek en mogelijke oplossingswijzen de weigerings-, opschortings- en stopzettingscriteria vastgelegd.Deze criteria dienen gehanteerd te worden vanuit de inbedding in een ruimer CAW en overeenkomstig de opdracht, doelstellingen en taken zoals opgenomen in het sectorprotocol. In overleg met de bezoekruimten en de overheid werd een aangepast uniform registratiesysteem ontwikkeld dat toegepast wordt sedert 1 januari 2005. De onthaal- en begeleidingsfiches zijn aangepast. Op het werksoortelijk overleg werd ruim de tijd uitgetrokken voor een eenvormige omschrijving van de begrippen en een afdoende afstemming om maximaal te kunnen beschikken over vergelijkbare gegevens. De versie maart 2006 van het gemeenschappelijk huishoudelijk reglement werd goedgekeurd op het CAW-overleg van 4/05/2006. Dit document dienen cliënten te onderschrijven en maakt deel uit van een overeenkomst.
Wachtlijsten/tijden
In een nota werd een sectoraal antwoord gegeven op de problematiek van de wachtlijsten. De inhoud sluit aan bij de motie van het Vlaams Parlement van 22 juni 2005 en het antwoordd van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin op de commissievergadering van 7 juni 2005 aangaande de wachtlijsten van de bezoekruimten. Op vraag van de overheid werd ook een voorstel ontwikkeld met parameters i.f.v. het bepalen van de wachtlijsten/tijden.
Europese Confederatie van bezoekruimten
Op 19/6/06 vond de stichtingsvergadering plaats van de Europese Confederatie van bezoekruimten. In september 2006 worden de statuten officieel ondertekend. De officiële naam van de Europese Confederatie is in het Frans en luidt: “Confédération européenne des points de rencontre pour le maintien des relations enfants-partents”, afgekort als CEPREP. De doelstellingen van deze Europese Confederatie richten zich op wetenschappelijk onderzoek, interlandelijke uitwisseling en het ontwikkelen, bevorderen en coördineren van het bestaan van de betrokken organisaties. Vanuit deze internationale federatie is het tevens de bedoeling om acties op nationaal vlak te bevorderen en te ondersteunen t.o.v. de landelijke en regionale en gemeenschapsoverheden. Tevens wil dit organisme op niveau van de Europese instituties o.a. adviezen verlenen bij wijziging van regelgeving. Daarnaast willen ze de samenwerkingsrelatie ontwikkelen en bevorderen met andere nationale organismen, Europese en internationale die op aangrenzende domeinen werken. Via actieve participatie aan dit Europees forum willen we meewerken om te wegen op het beleid en willen we bijdragen om wetenschappelijk onderzoek te bevorderen.
Om te eindigen: enkele evaluatieve bedenkingen
We mogen stellen dat de afstemming tussen de bezoekruimten bevorderd is. De (kern)opdracht is bepaald, inzonderheid de verhouding t.a.v. werkvormen binnen het AWW rond scheidingsproblematiek. De bemiddelingsvisie is uitgeklaard. Ook zijn de grenzen bepaald van het werken vanuit een CAW. En de consequenties die dit heeft voor verwijzing, samenwerking en nazorg.
Aandacht zal verder moeten gaan naar expertisebevordering, omgang met problemen en knelpunten allerhande en het werken overeenkomstig de principes van het decreet inzake de rechtspositie van de minderjarige in het kader van de integrale jeugdhulpverlening. Met het oog op expertisebevordering wordt in het najaar 2006 gestart met een inventarisatie van problemen die samenhangen met de toepassing van het bovenvermelde decreet. Daarnaast zal ook stil gestaan worden bij problemen i.v.m. met cliëntinformatie en klachten (allerhande). Er wordt ook bekeken wat binnen een werksoortdoorbrekend kader rond ouderschapsorganisatie aan vorming geboden kan worden. Zo wordt de driedaagse vorming rond ouderschapsbemiddeling of begeleiding in complexe scheidingssituaties die in het najaar doorgaat (onder bepaalde voorwaarden) opengesteld voor medewerkers van de bezoekruimten.
Naar de toekomst toe zal er zowel aandacht moeten zijn voor het implementeren op het terrein van de gemaakte afspraken als voor het opzetten van werksoortdoorbrekende initiatieven.