communitysoft|Producten|Thema's|Nieuwe pagina (naam opgeven)
Intrafamiliaal Geweld
Folder Geweld in het gezin | Brochure over kinderen, getuige van huiselijk geweld | intrafamiliaal geweld, een omschrijving | Kans op slagen | Intrafamiliaal geweld en het Algemeen Welzijnswerk | Partnergeweld | Ouderenmisbehandeling | Intrafamiliaal geweld en kinderen | Aanbod | Beleid

Ouderenmis(be-)handeling als vorm van intrafamiliaal geweld Visietekst mei 2006

In deze nota situeren we de problematiek van ouderenmis(be)handeling en de mogelijke rol van de CAW’s. De nota is gevoed door enerzijds een ad hoc overleg met de CAW’s die reeds bij de problematiek betrokken zijn, en anderzijds de onze integrale visie op intrafamiliaal geweld (cfr. dossier najaar 2005) en de participatie van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk aan een rondetafel over intrafamiliaal geweld (zie syntheseverslag van de beleidscel criminaliteit & samenleving). Kris De Groof.

Situatieschets ouderenmis(be)handeling Actoren

In 1998 vroeg de Seniorenraad Zottegem steun aan de Provincie Oost-Vlaanderen bij het opstarten van een contactpunt ouderenmis(be)handeling. N.a.v. deze vraag, en na enig onderzoekswerk hierover ontstond in 2000 een experimenteel regionaal Meldpunt Bejaardenmishandeling in Zuid-Oost Vlaanderen. In 2002 werd dit project uitgebreid tot een Vlaams Meldpunt Ouderenmis(be)handeling. Dit zijn nog steeds tijdelijke middelen, en de toekomst van dit Vlaams Meldpunt blijft onduidelijk.

Onder impuls van het Vlaams Meldpunt Ouderenmis(be)handeling en een structurele werkgroep werden er (eveneens met tijdelijke middelen) Provinciale Steunpunten Ouderenmis(be)handeling opgericht. De provincies zullen de taak van deze Steunpunten Ouderenmis(be)handeling m.b.t. ‘meldpunt’ doorgeven aan andere actoren (nog dit jaar), en enkel de taak van sensibilisering m.b.t. dit thema behouden.

De toekomstgroep Ouderenmis(be)handeling bestaat uit provinciale afgevaardigden en het Vlaams Meldpunt Ouderenmis(be)handeling. Zij komen regelmatig samen om het beleid rond deze steunpunten op elkaar af te stemmen, en de toekomst op beleidsmatig niveau af te spreken. Zij zijn een sterke drukkingsgroep naar het beleid toe. 

Contacten met het kabinet van de Vlaamse Gemeenschap tonen aan dat Mevr. Vervotte niet goed weet wat er met deze tijdelijke middelen moet gebeuren. Duidelijk is dat deze projecten wel steeds verlengd worden, maar (nog?) niet structureel gefinancierd worden. Bij vragen naar bijkomende middelen om de opvolging vanuit hulpverlening te verzekeren worden door het kabinet verwezen naar de reguliere hulpverlening. Het kabinet stelde aan het Vlaams en de provinciale Steunpunten de vraag met welke actoren zij vooral samenwerken, en wie ze een rol zien te vervullen m.b.t. de overname van de provinciale steunpunten. Dit wordt in april besproken, waarna er tegen eind mei vanuit het kabinet een stappenplan m.b.t. dit thema zal worden gemaakt. Berichten dat het kabinet Vervotte van oordeel is dat het thema ouderenmis(be)handeling een zaak is van de ingebouwde centra en dat de meldpunt - functie aan die sector zou worden toevertrouwd werden bij navraag tegengesproken. Blijkbaar denken zowel het kabinet als de administratie toch meer en meer aan de autonome CAW’s als meest aangewezen partner om deze Steunpunten over te nemen.


Situatieschets ouderenmis(be)handeling Hulpverleningsaanbod

Vlaams Meldpunt en Provinciale Steunpunten Ouderenmis(be)handeling
Het Vlaams Meldpunt Ouderenmis(be)handeling wil dat alle meldingen vanuit de provinciale Steunpunten worden doorgegeven aan hen voor registratie.

De bedoeling is dat er bij alle meldingen een ‘screening’ gebeurt, of en wat er nodig is rond deze casus. Als er geen verdere actie dient ondernomen te worden is enkel registratie nodig, bij verdere actie worden de gegevens van de betreffende personen doorgegeven aan het juiste provinciale Steunpunt. Wat deze Steunpunten daarna ondernemen is verschillend: sommige nemen zelf hulpverlening op, anderen hebben een aantal hulpverleningsinstanties waar ze nauw mee samenwerken om case-management en/of hulpverlening in op te nemen. Sommige Provinciale Steunpunten zien het niet als hun taak echt de meldingen op te nemen, en profileren zich eerder als coördinerende instantie die zich focust op netwerkvorming.

Huidig aanbod van de CAW’s
Door een verschil in benadering van de interventievragen tussen de provinciale Steunpunten onderling, en het Vlaams Meldpunt zien we dat CAW’s aangesproken worden om een hulpverleningsaanbod op te zetten rond ouderenmis(be)handeling. De vraag rond wat dit aanbod moet zijn wordt dus erg verschillend ingevuld van provincie tot provincie. Oost-Vlaanderen werkt met case - managers die zouden ingebed zijn in CAW’s, en gesubsidieerd worden door de provincie, en aangestuurd worden door het Vlaams Meldpunt Ouderenmis(be)handeling. In de provincie West-Vlaanderen nemen de autonome CAW’s de meldpuntfunctie op voor de hele provincie. In CAW De Kempen zijn er vanuit de provincie bijkomende middelen gegeven om de coördinerende rol van de provinciale Steunpunten via detachering door CAW’s te laten opnemen. Andere CAW’s doen aan vraagverduidelijking indien er geen SIT’s aanwezig zijn in deze casus, sommigen nemen psyco-sociale begeleiding op, … We merken hierin dat er geen eenduidige visie is rond ouderenmis(be)-handeling en de rol van CAW’s hierin.

Huidig aanbod van de ingebouwde CAW’s
In Limburg is het zo dat het Provinciaal Steunpunt Ouderenmis(be)handeling vooral een samenwerking met Listel (een koepelverenigiging van de SIT’s) voorziet. In West-Vlaanderen is er een samenwerking opgezet tussen de Ingebouwde en de autonome CAW’s om dit steunpunt lokaal in te vullen. De ingebouwde CAW’s werden door het kabinet bevraagd over hun opdracht m.b.t deze problematiek. Zij gaven hierrond aan om de rol van steunpunt te willen overnemen.

Opdracht CAW’s m.b.t. ouderenmis(be)handeling Uitgangspunten

Ouderen als doelgroep van autonome CAW’s?
Het is de taak van het Algemeen Welzijnswerk hulp- en dienstverlening te organiseren voor alle groepen van de samenleving, met bijzondere aandacht voor personen en bevolkingsgroepen die een verhoogd risico lopen op verminderde welzijnskansen. In het kader van het huidige decreet hebben de ingebouwde CAW’s van de ziekenfondsen een specifieke doelgroep, m.n.: ouderen, zieken en gehandicapten. Ouderen zijn in die zin geen specifieke doelgroep van een autonoom CAW, maar moeten er wel principieel terecht kunnen. We kunnen zelfs een toename verwachten, gezien de vergrijzing van de maatschappij. Voor een aantal problemen waarmee (zorggeraleerde problemen, eenzaamheid, vrijetijdsbesteding,…) zijn andere sectoren meer geschikt.

Intrafamiliaal geweld is echter een specifieke invalshoek van het autonoom AWW, met inbegrip van de doelgroep van ouderen.

Een integrale visie op IFG.
We gaan uit van een integrale visie op IFG:

  • 1. we gaan uit van de samenhang tussen verschillende vormen van geweld in het gezin,
  • 2. we hebben aandacht voor alle levensdomeinen
  • 3. we hebben aandacht voor de dader-slachtofferdynamiek.
  • 4. we streven naar een intersectorale, werksoortdoorbrekende aanpak.

Verschillende werksoorten in het algemeen welzijnswerk worden geconfronteerd met IFG en uiteraard hebben andere sectoren ook een belangrijke rol. Samenwerking en het uitklaren van ieders rol en taak, zowel intern binnen het CAW als met externe partners, is uitermate belangrijk bij dit thema. Op deze manier kunnen we voorkomen dat mensen tussen de mazen van het (hulpverlenings)net vallen. Ook het samenwerken met politie en justitie is hierbij zeer belangrijk.

Een integrale visie sluit niet uit dat de verschillende vormen van geweld in het gezin specifieke kernmerken hebben. Wanneer kinderen of zorgbehoevende ouderen het slachtoffer zijn, vraagt dit een bijzondere aanpak.

Geweld buiten het gezin (zoals geweld of misbehandeling gepleegd door een hulpverlener) wordt niet onder deze categorie gerekend. Dit impliceert dat o.m. de problematiek van misbehandeling van ouderen in de zorg moet bekeken worden in het kader van de organisatie van deze zorgverstrekking.

Over het algemeen verergert het geweld met de tijd en wordt het steeds gevaarlijker voor de slachtoffers. Het verloopt in cycli waarbij fases waarin spanningen oplopen en losbarsten, worden afgewisseld met fases van verzoening of fases waarin alles “koek en ei” is.

De dominantiestrategie die van toepassing is bij partnergeweld, onderscheidt partnergeweld van de gewone “huiselijke ruzie ”. In een gewoon conflict is agressiviteit een van de middelen om meningsverschillen te uiten. Hoewel deze ruzie zich in geweld kan vertalen, onderscheidt ze zich van het door het Plan bedoelde partnergeweld, zowel wat de oorsprong als wat de gevolgen ervan betreft: de huiselijke ruzie is niet gestoeld op een hiërarchische voorstelling van de geslachten, niemand van de partners wil dat de andere zich volledig aan zijn wil onderwerpt en de angst voor de dader is niet aanwezig.

DOCUMENTEN >

 | integrale visietekst |

LINKS >  

STEUNPUNT ALGEMEEN WELZIJNSWERK vzw - Diksmuidelaan 36a - 2600 Berchem - Tel.: 03 366 15 40 - Fax: 03 385 57 05 - post@steunpunt.be
Alle rechten voorbehouden - DISCLAIMER - Technische realisatie: HolonCom - Ontwerp: Crozz Communication