Het forensisch welzijnswerk bevindt zich op het kruispunt tussen:
Op dit kruispunt komen deze verschillende logica's en rationaliteiten samen. Ons uitgangspunt is dat elke rationaliteit zijn eigen betekenis heeft, ethisch gelijkwaardig is en mee moet kunnen leiden tot een evenwichtig ‘forensisch’ beleid. De uitbouw hiervan vereist een structureel beleids- en praktijkforum én een culturele omwenteling bij al de betrokken actoren, want niet het eigen gelijk, maar de samenspraak van visies en belangen wordt het uitgangspunt van overleg en beleidsvorming.
Het zal nog heel wat dialoog vergen tussen de betrokken overheden en actoren. Om de welzijnsinitiatieven daar goed op voor te bereiden is er binnen de Vlaamse Gemeenschap nood aan coherentie en afstemming. Een beleidsvoorstel van ons uit is dan ook de uitbouw van een "kaderdecreet forensisch beleid". Momenteel is er een beperkte regelgeving: de samenwerkingsakkoorden met justitieel welzijnswerk, slachtofferhulp, hulpverlening aan seksueel delinquenten, die ook goedgekeurd zijn in de vorm van een decreet door het Vlaams Parlement. Maar daarnaast zijn er momenteel ook heel wat initiatieven die door de beleidscel samenleving en criminaliteit worden ondersteund met middelen, maar waarvoor er geen decretaal kader is. Het kaderdedecreet zou een instrument kunnen zijn in handen van de Vlaamse Overheid om intersectoraal een regelgevend- én financieringskader te creëren voor alle initiatieven die op dat raakvlak van justitie en veiligheid zitten. Het kaderdecreet kan ook een aantal principes, krachtlijnen formuleren die implicaties hebben op de verschillende sectorale decreten, vandaar ‘kaderdecreet’. De bedoeling is zeker niet om met een kaderdecreet een aparte sector te creëren, maar wel om sturend op te treden naar de bijdragen die de verschillende sectoren op dat terrein doen. Het kaderdecreet biedt de noodzakelijke juridische basis voor financiering van projecten en specifieke vormen van basiswerk (bvb. trajectbegeleiding gedetineerden), voor het uitwerken van (nieuwe) samenwerkingakkoorden en voor het afsluiten van beheersovereenkomsten met ondersteuningsstructuren. Het zou ook een riem onder het hart zijn van de welzijnswerkers die in precaire omstandigheden van projectsubsidies moeten werken. Waarbij we overigens van mening blijven dat een kaderdecreet geen opstapje mag zijn naar de uitbouw van een aparte ‘forensische’ sector.